Een bijzonderheid van het bergsportdorp Campill is „la Val di Morins“ (het Mühlental), met in totaal acht nog werkende molens, die een verdere uitdrukking zijn van de vroegere zelfvoorziening en economische onafhankelijkheid van Campill. Helemaal aan het begin, naast het kleine kapelletje, vindt u de kalkoven die vroeger gebruikt werd voor de bereiding van kalk. Na de spekruimte Tlisöra bereikt u een klein bruggetje, dat als startpunt van het Mühlental dient. Vanaf hier loopt u langs de Seresbach langs verschillende molentypes: eenvoudige molens, dubbele molens en een kabelaandrijving (de zogenaamde „Tambra“). Als u verder door het Mühlental wandelt, komt u na een twee uur durende wandeling aan bij de Schlüterhütte; deze berghut bevindt zich op de overgang van het Villnösstal naar de Ladinische Dolomietdalen, ingebed op almweiden op 2306 hm. Vanaf hier bereikt u de Peitlerkofelscharte en vervolgens, na een veeleisende wandeling, het topkruis van de Peitlerkofel. Vanaf hier heeft u een adembenemend uitzicht op de Geislerspitzen, de omliggende Dolomieten en de Zillertaler Alpen.
aria.slide_indicator.prefix01aria.slide_indicator.of00